Regelgeving LVS voor kleuters

Een observatietool volledig naar eigen wens inrichten, dat klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Wellicht is dat de reden dat we met enige regelmaat de vraag krijgen of Pravoo wel aan de wetgeving voldoet. Het antwoord hierop is simpel: ja!  

De onderwijsinspectie

In Nederland is de Onderwijsinspectie belast met het toezicht op de kwaliteit van scholen en het gegeven onderwijs. Bij de uitvoering van deze taak hanteert de inspectie een waarderingskader bestaande uit vijf kwaliteitsgebieden: Onderwijsproces, Schoolklimaat, Onderwijsresultaten, Kwaliteitszorg & ambitie, en Financieel beheer. Elk gebied is uitgewerkt in twee of meer standaarden (zie afbeelding 1). Bij elke standaard is in het rood aangegeven wat er verstaan wordt onder de basiskwaliteit (wat móeten het bestuur en de school) en wordt vervolgens in het groen een of meer onderwerpen benoemd die betrekking kunnen hebben op de eigen ambities en doelen van de school (wat wíllen het bestuur en school).

De tweede afbeelding toont de standaard die betrekking heeft op de wettelijke verplichting van scholen om de ontwikkeling van leerlingen te volgen (art. 8 lid 6 Wet op het Primair Onderwijs). Hieruit komen de volgende eisen naar voren:

  1. Systematisch informatie verzamelen over de kennis en vaardigheden
  2. Vergelijken met de verwachte ontwikkeling
  3. Stagnatie / achterstand in ontwikkeling signaleren en waar mogelijk verhelpen

Met de toolbox Pravoo kunt u voldoen aan deze eisen. U verzamelt systematisch informatie door de volglijst op verschillende peilpunten af te nemen en vergelijkt deze met de verwachte ontwikkeling. De door u ingestelde signaleringsvlakken zorgen ervoor dat u eenvoudig en overzichtelijk inzicht verkrijgt in eventuele stagnatie of achterstand in de ontwikkeling van de leerling. Wanneer dit het geval is, kunt u zowel voor individuele leerlingen als groepen van leerlingen een ontwikkelaanpak opstellen. Desgewenst kunt u daarbij gebruikmaken van de hulpmiddelen uit de Orthotheek.

Wat verandert er in augustus 2022?

In juli 2018 kondigde minister Slob de afschaffing van de kleutertoets aan. Voor zover op dit moment bekend, zal deze afschaffing per augustus 2022 ingaan. Waar scholen op dit moment pas vanaf groep 3 verplicht zijn LVS-toetsen af te nemen, is het vanaf het schooljaar 2022-2023 niet meer toegestaan.

De huidige situatie

De verplichting van scholen om een leerling- en onderwijsvolgsysteem te gebruiken komt voort uit art. 8 lid 6 van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO). Lid 7 van ditzelfde artikel regelt dat hierin toetsen opgenomen moeten worden die voldoen aan het kwaliteitsoordeel van een onafhankelijke commissie. Lange tijd was dit de Commissie Toetsaangelegenheden Nederland (COTAN). Sinds 2017 ligt de bevoegdheid bij de Expertgroep Toetsen PO.

In art. 2 van het instellingsbesluit Expertgroep Toetsen PO wordt haar taak omschreven: de beoordeling van de inhoudelijke validiteit, betrouwbaarheid en deugdelijke normering van eindtoetsen, tussentijdse toetsen en reeksen van toetsen. Deze zogenaamde LVS-toetsen hoeven pas vanaf leerjaar 3 verplicht afgenomen te worden. 

De situatie vanaf augustus 2022

In juli 2018 kondigde minister Slob de afschaffing van de kleutertoets aan. Wanneer deze wijziging in werking treedt, mogen er geen LVS-toetsen meer afgenomen worden in de kleuterklassen. Scholen dienen dan de ontwikkeling van de kleuters dan op andere manieren te volgen. In het persbericht van juli 2018 schrijft het ministerie: “De kleutertoetsen waren al niet verplicht, maar worden nu helemaal uit de leerlingvolgsystemen gehaald. Tegelijkertijd houdt een school of de leraar wel de ruimte voor leraren om de ontwikkeling van kleuters op een andere manier te volgen. Leraren kunnen bijvoorbeeld aan de hand van observaties, gesprekjes of spelletjes nagaan hoe hun kleuters er nu voor staan. Scholen en leraren mogen zelf bepalen op welke manier ze dit willen doen. De verzamelde informatie kan in het leerlingvolgsysteem worden gezet, zonder dat de kleuter daarvoor zelf een toets hoeft te maken.”

Afschaffing kleutertoets

“…bezwaren tegen het gebruik van de schoolse toetsen bij kleuters. De afnamevorm, een toetsboekje met opgaven, past volgens hen niet goed bij de manier waarop kleuters leren en zich ontwikkelen. Bovendien leven er bezwaren tegen de normering van deze toetsen, waarbij de individuele scores van een kleuter worden afgezet tegen landelijke gemiddelden. … Deze vorm van normeren doet onvoldoende recht aan het feit dat kleuters zich sprongsgewijs ontwikkelen.”

Minister van OC&W
Kamerbrief kleutertoetsen, 6 juli 2018

Tegelijkertijd houdt een school of de leraar wel de ruimte voor leraren om de ontwikkeling van kleuters op een andere manier te volgen. Leraren kunnen bijvoorbeeld aan de hand van observaties, gesprekjes of spelletjes nagaan hoe hun kleuters er nu voor staan. Scholen en leraren mogen zelf bepalen op welke manier ze dit willen doen.

Nieuwsbericht OC&W
Website Rijksoverheid, 6 juli 2018

Wat betekent afschaffing van de kleutertoets voor observatie-instrumenten?

Het antwoord op deze vraag is kort: helemaal niets. De minister wil wel graag dat er iets verandert en heeft zonder wettelijke basis een nieuwe verplichting geïntroduceerd. Zowel de Tweede als Eerste Kamer hebben de minister al meerdere maken opgeroepen een einde te maken aan deze onjuiste communicatie en handelswijze, maar tot nu toe zonder resultaat… In een onlangs aangenomen wet wordt de minister alsnog teruggefloten. 

Kamervragen mei 2020

“Kunt u toelichten waar de Expertgroep de stelling op baseert dat onder de verplichte normering van toetsen ook observatie-instrumenten zouden vallen, terwijl de huidige wet enkel een grondslag biedt voor het hanteren van regels voor toetsen en leerlingvolgsystemen? Deelt u de mening dat het schrappen van kleutertoetsen geen vrijbrief is om dan maar eisen te gaan stellen aan observatie-instrumenten?”

“Hoe is de opvatting van de Expertgroep, dat scholen gebruik zouden moeten maken van goedgekeurde observatie-instrumenten, te rijmen met het gegeven dat momenteel niet eens een duidelijk kenbaar en onderscheidend kader voor goedkeuring van deze instrumenten beschikbaar is?”

“Deelt de u de opvatting dat het onwenselijk is dat de criteria voor beoordeling van (kleuter)toetsen min of meer ongewijzigd worden toegepast op instrumenten, gelet op de erkenning in uw brief dat de bezwaren tegen de kleutertoets zich in belangrijke mate ook richten tegen de normering ervan?”

“Onderkent u dat scholen die keuzes moeten maken voor komende schooljaren, snel behoefte hebben aan duidelijkheid (…)? Zo ja, bent u bereid in de communicatie van uw ministerie en de Inspectie van het Onderwijs duidelijk op te nemen dat scholen de komende jaren geen verplichtingen hebben tot het gebruik van goedgekeurde instrumenten en bent u bereid hierover contact op te nemen met de Expertgroep en de betrokken sectororganisaties?”

Tweede Kamer, 15 mei 2020
Bisschop (SGP), Rog (CDA) en Van Meenen (D66)

Kamervragen juli 2020

“Op basis van welke regelgeving stelt u dat de Expertgroep Toetsen PO de kwaliteit van alle LVS-instrumenten beoordeelt en zou moeten beoordelen, terwijl zowel de Wet op het primair onderwijs als het daarop gebaseerde Toetsbesluit enkel toetsen (en reeksen van toetsen) kent?”

“Hoe is uw opmerking dat alle instrumenten waarmee de ontwikkeling van leerlingen gevolgd wordt door de Expertgroep Toetsen PO erkend moeten worden te verenigen met uw eerdere stelling dat scholen vrij zijn allerlei instrumenten en methoden te gebruiken, al dan niet zelf ontwikkeld, en de verzamelde informatie in het LVS op te nemen?”

“Deelt u de mening dat een eigenstandig beoordelingskader voor observatie-instrumenten nodig is en niet slechts een naamwijziging van het oude beoordelingskader voor LVS-toetsen?”

“Deelt u de mening dat het getuigt van zorgvuldigheid om richting scholen pas te communiceren over verplichtingen wanneer de (wettelijke) kaders zijn vastgesteld en om tot die tijd de facultatieve aard van de beoordelingsprocedure aan te geven? Vindt het u het ook voor de hand liggen dat beoordelingsprocedures pas worden doorlopen wanneer de criteria voor een ieder duidelijk kenbaar zijn?

Tweede Kamer, 3 juli 2020
Bisschop (SGP), Rog (CDA) en Van Meenen (D66)

Wat de minister graag wil…

Op basis van de huidige wetgeving mag de Expertgroep alleen over toetsen oordelen. Uit de Kamerbrief over afschaffing van de kleutertoetsen blijkt dat de minister het Toetsbesluit PO graag wil aanpassen, zodat de Expertgroep ook observatie-instrumenten voor kleuters van een kwaliteitsoordeel mag voorzien. Hij schrijft hierover aan de Kamer: “In het Toetsbesluit PO is vastgelegd aan welke eisen toetsen – ruim opgevat – dienen te voldoen. In dit Toetsbesluit zal nader worden bepaald dat alleen observatie-instrumenten als volginstrumenten voor kleuters in aanmerking komen voor goedkeuring door de Expertgroep Toetsen PO. Tevens zal hierin worden verhelderd aan welke specifieke eisen observatie-instrumenten voor kleuters dienen te voldoen.”

…maar hij niet mag…

Het Toetsbesluit is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMVB), waarin nader uitwerking gegeven wordt aan de wet. In dit geval gaat het om art. 8 lid 7 WPO: “De toetsen, bedoeld in het zesde lid, voldoen aan het kwaliteitsoordeel van een door Onze minister aangewezen onafhankelijke commissie betreffende inhoudelijke validiteit, betrouwbaarheid en deugdelijke normering. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften omtrent het leerling- en onderwijsvolgsysteem en de daaraan verbonden toetsen worden vastgesteld.” De bevoegdheid die de minister hier krijgt om voorschriften te verbinden aan toetsen en deze aan een kwaliteitsoordeel van een commissie te onderwerpen, mag hij niet zomaar toepassen op andere onderwijsinstrumenten. Dat zou immers betekenen dat hij ook voorschriften zou kunnen verbinden aan een oudergesprek of dictee. Om deze uitbreiding van bevoegdheid te rechtvaardigen, gebruikt de minister termen als “LVS-instrument” of “observatie-instrumenten met een volgaspect”. Deze termen zijn echter nergens in de wetgeving terug te vinden.

…en toch gewoon doet

Wat begon met een voornemen tot een niet-toegestane wijziging van het Toetsbesluit, gaat inmiddels nog een stapje verder. De Expertgroep PO, de door de minister aangewezen commissie die een kwaliteitsoordeel geeft over LVS-toetsen, neemt op dit moment al certificeringsaanvragen voor observatie-instrumenten in behandeling. De commissie heeft haar beoordelingskader simpelweg hernoemd van “Beoordelingskader voor LVS-toetsen naar beoordelingskader voor LVS-instrumenten”. Naast het feit dat minister en Expertgroep hier handelen in strijd met de wet, is het op z’n minst opvallend te noemen dat observatie-instrumenten nu beoordeeld worden aan de hand van het criterium dat als argument diende voor de afschaffing van de kleutertoets: een normering waarbij scores worden afgezet tegen landelijke gemiddelden…

De Tweede Kamer heeft de minister al een tweetal keren kritisch bevraagd over de onjuiste informatievoorziening en de niet-gelegitimeerde handelswijze van de Expertgroep. De minister blijft echter vasthouden aan de door hem gewenste situatie. In een onlangs aangenomen wetsvoorstel maakt het parlement het voorbestaan van deze handelswijze onmogelijk. Zodra deze wet in werking treedt, mag de Expertgroep alleen nog over de eindtoets oordelen.

Hoe staat Team dapto tegenover certificering?

Team dapto dient vooralsnog geen aanvraag voor certificering van de toolbox Pravoo in bij de Expertgroep PO. Niet omdat het formeel niet nodig is, maar omdat we inhoudelijke bezwaren hebben tegen de wijze waarop de Expertgroep aan deze procedure vormgeeft. De Expertgroep beoordeelt de instrumenten met behulp van hetzelfde beoordelingskader dat gebruikt wordt voor LVS-toetsen. Dit betekent dat ook de eisen m.b.t. normering gelijkgebleven zijn. Team dapto heeft hier inhoudelijke bezwaren tegen, aangezien de betreffende vorm van normering één van de voornaamste argumenten voor het afschaffen van de kleutertoets was. Het lijkt er sterk op dat nog voordat de kleutertoets is afgeschaft, deze in verkapte vorm alweer is teruggekeerd. De bevochten professionele ruimte voor de onderwijsprofessional wordt hiermee een wassen neus.

Team dapto heeft de bovenstaande bezwaren middels een brief onder de aandacht gebracht van het ministerie. Ook hebben we samen met de indieners van het eerder genoemde amendement tweetal keren een set Kamervragen opgesteld, die voor de zomer zijn ingediend. We blijven de ontwikkelingen op de voet volgen en participeren waar nodig in het debat. Uiteraard houden we u via onze website en nieuwsbrief op de hoogte!