Ontwerp uw eigen Pravoo-model

De Pravoo-module van dapto is een voorbeeld van een school eigen leerlingvolgsysteem. Dat betekent dat u niet meer vastzit aan een ready-made systeem waarbij u moet scoren wat de ontwikkelaars voor u hebben bedacht, maar kunt u op basis van uw eigen onderwijsvisie en leerlingpopulatie de inhoud bepalen. Dit vraag enige inspanning, maar is de moeite zeker waard! Problemen als gemiste inhouden, overbodige aspecten of niet passend taalgebruik zijn hiermee verleden tijd. 

De inhoud van deze pagina helpt u bij het ontwerpen en inrichten van uw eigen systeem. Er is zowel aandacht voor praktische kant, middels instructiefilmpjes van team dapto, als voor inhoudelijke handvatten op basis van de expertise van Luc Koning.

Stap 1: Verzamelen van informatiebronnen

Voordat u aan de slag gaat met het ontwerpen van uw eigen leerlingvolgsysteem, is het raadzaam om enkele informatiebronnen te verzamelen die hierbij behulpzaam kunnen zijn. Hieronder volgen enkele suggesties.

Schoolvisie

Aangezien de inhoud van het volgsysteem synchroon dient te lopen met de aard en inhoud van uw onderwijs, verdient het de aanbeveling om de schoolvisie hierbij als uitgangspunt te nemen. Lees deze  (nogmaals) zorgvuldig met elkaar door en focus op wat er eerder geformuleerd is. De schoolvisie kan ook voor de daadwerkelijke beschrijving van de inhouden van belang zijn, bijv. vanwege de gehanteerde terminologie.

Leerlingpopulatie

Houd bij het vaststellen van de inhoud ook rekening met de leerlingpopulatie van uw school. Of Nederlands wel of geen moedertaal is en of de kinderen bij binnenkomst al een ruime culturele bagage hebben, maakt nogal wat uit. Ook het type school is van belang. Op een school voor speciaal onderwijs zien leerlijnen er immers heel anders uit dan op een reguliere basisschool.

Bestaande doelen

Een voorbeeld van een bron waaruit u kunt putten voor het samenstellen van de leerlijnen is het Werkboek voor EKO-onderwijs (te bestellen op www.pravoo.com), met daarin de 100 minimumdoelen voor het onderwijs in groep 1 en 2. Via info@pravoo.nl kunt u bovendien twee gratis hulpbronnen aanvragen: (a) het lijnenboek en (b) een lijst met daarop in porties van 75 weken verdeeld de doelen voor rekenen en taal.

Voorbeelden

Voorbeelden van andere volgsystemen kunnen als inspiratie dienen voor uw eigen model. Bekijk bijvoorbeeld de opbouw en inhoud van uw huidige systeem of doe ideeën op bij collega’s van andere scholen. Ook de twee modellen waarmee de module standaard wordt uitgeleverd, kunnen als uitgangspunt genomen worden. Deze zijn gebaseerd op de eerder genoemde doelen uit het EKO-brochure.

Stap 2: Maak kennis met de structuur

Wanneer u bekend bent met de structuur van een Pravoo-model, is het gemakkelijker om er inhoud aan te geven. Daarom laten we u bij deze stap kennis maken met de modelstructuur, bestaande uit clusterscategorieën en items

Clusters kunnen beschouwd worden als de hoofdonderwerpen van het volgsysteem. Onder een cluster worden categorieën ondergebracht. Dit zijn de deelonderwerpen binnen het cluster, waaronder u de items groepeert. Op de afbeelding hiernaast ziet u een voorbeeld van de inhoudelijke invulling van deze structuur. De blauwe hokjes zijn de clusters, in dit geval een Sociaal-emotioneel cluster en een Speel-/werkcluster. De groene hokjes eronder zijn de categorieën. Bij twee van de drie categorieën zijn ter illustraties enkele items geplaatst (de rode hokjes) waarop in de leerlingvolglijst gescoord kan worden.

Twee soorten categorieën

Er worden binnen de module twee soorten categorieën onderscheiden: leerlijnen en kindkenmerken. Kenmerkend voor leerlijnen is de vaste volgorde van de items, gerelateerd aan de ontwikkelingsleeftijd van het kind. De items nemen in moeilijkheidsgraad toe. De categorie Werken uit de afbeelding hiernaast is daar een voorbeeld van. Bij kindkenmerken is er geen sprake van een vaste volgorde. De items van dit type betreffen hetzelfde thema/onderwerp, maar hebben verder geen onderlinge relatie. De categorie ‘Sociaal-emotioneel welbevinden’ uit het de afbeelding hiernaast is daar een voorbeeld van.

Om een idee te krijgen bij de wijze waarop de twee soorten categorieën in de leerlingvolglijst worden weergegeven, ziet u de twee besproken voorbeelden hieronder in hun uiteindelijke vorm. Naast het feit dat achter de categorienaam weergegeven wordt of het om een leerlijn of om kindkenmerken gaat, is dit verschil ook te herkennen aan de invoersystematiek. Omdat de items een oplopende moeilijkheidsgraad kennen, kan er per peilpunt maar één worden aangeduid. Om die reden wordt er bij categorieën van het type leerlijn gewerkt met zogenaamde radio buttons (de rondjes waarvan er per peilpunt slechts 1 geselecteerd kan worden). Kindkenmerken kennen geen vaste volgorde en kunnen daarom afzonderlijk gescoord worden (checkboxes gewerkt, waarvan er meerdere per peilpunt aan te vinken zijn).

Stap 3: Bepaal uw eigen inhouden

Nu u bekend bent met het model en de nodige informatiebronnen verzameld heeft, is het tijd om invulling te geven aan de inhoud van uw eigen leerlingvolgmodel. De onderstaande instructies en tips van Luc Koning kunnen daarbij behulpzaam zijn.

Keuze van de inhouden

  • Sluit aan bij de leerlijnen uit uw onderwijsHet is voor het invullen van het systeem handig als hetgeen u aanbiedt aan de kinderen synchroon loopt met de items die u checkt in het volgsysteem. Let hierbij wel op dat u niet alles wat u doet en aanbiedt tijdens de onderwijsactiviteiten in een volgsysteem stopt; dan wordt het veel te uitgebreid en onwerkbaar.
  • Maak desgewenst een cluster voor kindkenmerken aanOnderschrijft u het uitgangspunt dat het onderwijs in groep 1 en 2 niet uitsluitend moet bestaan uit lijnenonderwijs (= vooropgezette doelen), maar sluit u ook aan bij wat kinderen doen bij spelen en werken naar keuze? In dat geval moet dat ook in het kindvolgsysteem terug te vinden zijn. Cluster F in het demomodel is hier een voorbeeld van.
  • Leidt de inhoud van de clusters af uit uw schoolvisie

Om vanuit de schoolvisie tot inhouden van de leerlijnen te komen, kunt u gebruikmaken van de zogenaamde dus-methode. Plaats achter ieder statement in uw visiestuk de opmerking ‘Dus dit betekent voor de praktijk: ………………….’ en geef vervolgens samen invulling aan de puntjes.

Voorbeeld:

 

Formuleren van items

  • Gebruik itemtaal i.p.v. curriculumtaal. Een item is juist geformuleerd als je er in gedachte "Het kind..." voor kan zetten.
  • Beschrijf de items zo concreet mogelijk, zodat de kans op interpretatieverschillen bij het scoren afneemt.

Een voorbeeld van een leerlijn met onjuist geformuleerde items:

  1. Puzzelen
  2. Seriatie kunnen leggen (lengte, grootte, dikte)
  3. Kleuren benoemen

Een voorbeeld van een leerlijn met juist geformuleerde items:

  1. Kan een puzzel maken van 10 stukjes
  2. Kan seriatie leggen van 5 delen (lengte, grootte, dikte)
  3. Kan 10 kleuren benoemen

Aanvullende mogelijkheden

Het is ook mogelijk om in de nummering van de items de groepsaanduiding aan te geven. Bij het voorbeeld van het onderdeel getallen kan dat in te nummering als volgt te zien zijn:

Getallen
1.1 Het kind kan tellen tot 5
1.2 Het kind kan tellen tot 15
2.1 Het kind kan tellen tot 15
2.2 Het kind kan tellen tot 20

Op deze manier geeft u aan dat item 1.1 en 1.2 voor groep 1 zijn en item 2.1 en 2.2 voor groep 2 zijn. Ook zou u deze werkwijze kunnen gebruiken om uitloopdoelen op te nemen (3.1, 3.2) en zo een ontwikkelvoorsprong zichtbaar te maken.

Stap 4: Keuze van het aantal peilpunten

De momenten waarop u de ontwikkeling van het kind in kaart brengt middels het invullen van de leerlingvolglijst, noemen we peilpunten. Bij het maken van het model kunt u zelf bepalen of u met 5  of met 7 peilpunten wilt werken. Van beide varianten is een voorbeeldmodel opgenomen. U kunt de peilpunten zelf een naam geven, bijvoorbeeld: Start groep 1 – Half groep 1 – Eind groep 1 – Half groep 2 – Eind groep 2.

Stap 5: Vaststellen van de normering

Om een achterstand in de ontwikkeling te kunnen signaleren, dient vooraf duidelijk te zijn op welk moment een doel of vaardigheid beheerst zou moeten zijn. In de Pravoo-module brengt u deze normering aan in de vorm van zogenaamde normeringsvlakken. De normeringsvlakken worden gevisualiseerd in de vorm van een grijs kader. Wanneer de leerling in kader scoort, is er sprake van een ontwikkelingsachterstand. 

Om één en ander concreet te maken, is hiernaast een voorbeeld te zien. Het normeringsvlak voor item 2 begint in dit geval bij het tweede peilpunt. Dit betekent dat de maker van mening is dat een kind half groep 1 in staat moet zijn om te luisteren naar instructie. Als de leerling dit op dat moment nog niet kan, komt de score in het signaleringsvlak terecht. Eind groep 1 zou het kind volgens dit model ook taakgericht moeten kunnen werken. Met de normeringsvlakken geeft u aan welke ontwikkelingsverwachting u hebt. U kunt om die reden de keuze maken om ze alleen bij de leerlijnen (en niet bij de kindkenmerken) aan te brengen. Let op: normeringvlakken zorgen ervoor dat een ontwikkelachterstand zichtbaar wordt in het groepsoverzicht. Voor items waar u deze niet gebruikt, is het groepsoverzicht zodoende niet bruikbaar.

Stap 6: Invoeren in de Pravoo-module

Wanneer u ontwerp klaar is, kunt u het model invoeren in de Pravoo-module. Bekijk het instructiefilmpje of de bijbehorende wiki-pagina om te zien hoe dat moet. Heeft u hierover vragen? Neem dan contact op met de servicedesk van dapto.

Stap 7: Toevoegen handleidingen (optioneel)

Wanneer u een eigen Pravoo-model ontworpen heeft, kunt u hierbij desgewenst een handleiding aanmaken. In een handleiding geeft u op het niveau van de clusters en/of de categorieën een toelichting bij de inhoud van het model. Dit helpt de gebruikers bij het invullen en kan bijdragen aan een meer eenduidige scoring.

De gebruikers van het model kunnen de toelichtingen in deze handleiding raadplegen door op de [H] te klikken. Op de onderstaande afbeelding ziet u een voorbeeld  van een instructietekst uit de handleiding van Luc Koning.

Wilt u een handleiding toevoegen aan uw Pravoo-model? Klik dan hier voor de instructie.