Alvast aan de slag!

De nieuwe Pravoo is beschikbaar van 1 juli 2019. Scholen die deze module gaan gebruiken, kunnen echter nu al aan de slag met het samenstellen van de inhoud van hun schooleigen kindvolgsysteem. Team dapto en Luc Koning hebben samen een stappenplan ontwikkeld dat u daarbij kan helpen.

Stap 1: De leerlijnen

De eerste stap bij het ontwerpen van een schooleigen kindvolgsysteem is het vaststellen van de leerlijnen en bijbehorende inhouden. Ga hierbij uit van uw schoolvisie en houd rekening met uw leerlingpopulatie.

Schoolvisie

De leerlijnen in het schoolspecifiek kindvolgsysteem dienen synchroon te lopen met de aard en inhoud van uw onderwijs. Aangezien deze voortkomt uit de visie van de school, is het verstandig om dit visiedocument erbij te nemen. Lees deze visie (nogmaals) zorgvuldig met elkaar door en focus op wat er eerder geformuleerd is.
De schoolvisie kan ook voor de daadwerkelijke beschrijving van de inhouden van belang zijn. De gehanteerde terminologie in een volgsysteem voor een kleuterafdeling van een Montessorischool zal immers anders zijn dan die van een Freinetschool.

Leerlingpopulatie

De inhoud van de leerlijnen wordt mede bepaald door de leerlingpopulatie van uw school. Of Nederlands wel of geen moedertaal is en of de kinderen bij binnenkomst al een ruime culturele bagage hebben, maakt nogal wat uit. Ook het type school is van belang. Op een school voor speciaal onderwijs zien leerlijnen er immers heel anders uit dan op een reguliere basisschool.

  • Tip van Luc Koning

Om vanuit de schoolvisie tot inhouden van de leerlijnen te komen, kunt u gebruikmaken van de zogenaamde dus-methode. Plaats achter ieder statement in uw visiestuk de opmerking ‘Dus dit betekent voor de praktijk: ………………….’ en geef vervolgens samen invulling aan de puntjes.

Voorbeeld:

(Hulp)bronnen

De onderstaande bronnen kunnen behulpzaam zijn bij stap 2:

1. Het Werkboek voor het EKO-onderwijs.
In dit werkboek staan de 100 minimumdoelen voor het onderwijs in groep 1 en 2. U kunt hieruit selecteren, doelen aanpassen en doelen aanvullen. Het boek is verkrijgbaar via de webwinkel van www.pravoo.com. Deze 100 doelen staan overigens ook in de standaardinrichting waarmee de module uitgeleverd wordt.

2. Het lijnenboek & reken-/taaldoelen
Via info@pravoo.com kunt u twee gratis hulpbronnen aanvragen: (a) het lijnenboek en (b) een lijst met daarop in porties van 75 weken verdeeld de doelen voor rekenen en taal.

Stap 2: Kindkenmerken

Bepaal of u het onderwijs alleen inricht vanuit leerlijnen of dat u ook aansluitend onderwijs een plek wilt geven (onderwijs waarbij u aansluit bij waar de kinderen zelf mee komen). Als aansluitend onderwijs binnen uw onderwijsvisie eveneens van belang is, neemt u naast leerlijnen ook categorieën met kindkenmerken op. De afbeelding hiernaast toont enkele voorbeelden van items die onder deze categorie vallen.

Stap 3: De structuur

Als de inhoudelijke keuzes gemaakt zijn, is de volgende stap het aanbrengen van de structuur. Op basis van daarvan kan het Pravoo-model in dapto worden ingericht (zie e-learning Inrichten van een Pravoo-model). De structuur van een Pravoo-model is altijd opgebouwd uit clusters, categorieën en items. 

1. Clusters
Stel de clusters vast en voorzie ze van een naam.

2. Categorieën
Noteer per cluster de categorieën. Let op: een categorie kan maar één soort items bevatten: ofwel doelen die samen een leerlijn vormen, ofwel kindkenmerken.

3. Items
Stel per categorie de items vast. Let op: begin een leerlijn altijd met het item ‘Kan 2 t/m … niet’, omdat u anders bij het invullen geen 0-punt kunt aangeven. 

Tip van Luc Koning

Het is ook mogelijk om in de nummering van de items de groepsaanduiding aan te geven. Bij het voorbeeld van het onderdeel getallen kan dat in te nummering als volgt te zien zijn:

Getallen
1.1 Het kind kan tellen tot 5
1.2 Het kind kan tellen tot 15
2.1 Het kind kan tellen tot 15
2.2 Het kind kan tellen tot 20

Op deze manier geeft u aan dat item 1.1 en 1.2 voor groep 1 zijn en item 2.1 en 2.2 voor groep 2 zijn. Ook zou u deze werkwijze kunnen gebruiken om uitloopdoelen op te nemen (3.1, 3.2) en zo een ontwikkelvoorsprong zichtbaar te maken.

Stap 4: De normering

Om vast te kunnen stellen of er sprake is van een achterstand in de ontwikkeling, dient vooraf duidelijk te zijn op welk moment de leerling een bepaald onderdeel moet beheersen. Deze normering brengt u aan in stap 4. 

Stap 4a: Peilpunten

Bepaal of u gebruik wil maken van 5 of 7 peilpunten en maak de peilpunten concreet door aan te geven op welk moment in het schooljaar het peilpunt ingevuld wordt. Een voorbeeld van een mogelijke indeling: Start groep 1 – Half groep 1 – Eind groep 1 – Half groep 2 – Eind groep 2.

Stap 4b: Normering

Bepaal per onderdeel waar de signaleringsvlakken komen te liggen. Het signaleringsvlak is de benaming voor het grijze vlak (oranje omkaderd in de afbeelding hiernaast) dat aangeeft wanneer de leerling een achterstand in de ontwikkeling vertoont. In het onderstaande voorbeeld heeft het eerste item van de leerlijn een signaleringsvlak vanaf half groep 1. Dit betekent dat de samensteller van dit model van mening is dat het kind vanaf half groep 1 in staat moet zijn om op te letten bij instructie. Zo niet, dan volgt er een signalering. Eind groep 1 moet het kind taakgericht kunnen werken en vanaf half groep 2 ook geconcentreerd.