De structuur van de leerlingvolglijst

De leerlingvolglijst
Algemene informatie over inhoud en structuur

Bij het ontwerpen van het Pravoo-model maakt u keuzes die bepalen hoe de leerlingvolgslijst, het observatieisntrument binnen Pravoo, er concreet uit komt te zien. Door vooraf naar een volglijst te kijken, kunt u gemakkelijker een beeld vormen bij de te maken keuzes.

Op de onderstaande pagina geven we een toelichting bij de belangrijkste onderdelen van de leerlingvolglijst. Ook bespreken we het verschil tussen de twee soorten items die u in het ontwerp kunt gebruiken: leerlijnen en doelenset.

1. De actie-iconen

Zoals bij ieder themablok staan rechtsboven in de titelbalk enkele actie-iconen. Met behulp van het printer-icoon kunt u de volglijst afdrukken. Met het potlood-icoon zet u de lijst in de bewerkmodus. Dit doet u wanneer u in de volglijst wilt werken. Middels de prullenbak kunt u de volglijst weggooien. Wanneer u een volglijst verwijdert, krijgt de leerling een nieuwe volglijst op basis van het ingestelde standaardmodel. 

2. Filter ‘Items verbergen’

Standaard wordt de hele leerlingvolglijst getoond. Als u slechts een gedeelte van de lijst wilt bekijken, kunt u middels het selectiemenu Verberg items bepaalde onderdelen van de lijst verbergen door deze aan te vinken. 

3. Ontwikkelgebieden en onderdelen

Een leerlingvolglijst is opgebouwd uit verschillende ontwikkelgebieden met een eigen letter. De afzonderlijke onderdelen worden aangeduid door de letter van een volgnummer te voorzien: A1, A2, A3, etc. Achter elk onderdeel staat tussen haakjes aangegeven of het om een leerlijn of een doelenset gaat. Hierover later meer.

4. Invulinstructie

Soms ziet u achter een ontwikkelgebied of onderdeel een informatie-icoon staan. Dit betekent dat er op deze plek een invulinstructie beschikbaar is. U kunt de instructietekst bekijken door het informatie-icoon aan te klikken.

5. Items met scoreraster

Het belangrijkste deel van de volglijst zijn de items met daarachter het scoreraster. In dit gedeelte kunt u per peilpunt aangeven welk doelen en niveaus de leerling behaald heeft. Hierover later meer.

6. Tekstballonnen

Indien gewenst kunt u bij het invullen van volglijst bepaalde scores van een opmerking voorzien. Hiervoor gebruikt u de tekstballonnen rechts naast het scoreraster. Als een tekstballon zwart gekleurd is, bevat deze één of meer opmerkingen. Deze worden zichtbaar als u erop klikt of er met uw muis overheen beweegt.

Leerlijnen en doelensets

Onder een ontwikkelgebied kunt u twee soorten onderdelen (A1, A2, A3, etc.) tegenkomen: leerlijnen en doelensets. Voor zowel het invullen als interpreteren van de scores is het belangrijk dat u bekend bent met het verschil tussen beide. Hieronder leggen we dit uit aan de hand van een voorbeeld.

Leerlijn

Kenmerkend voor een leerlijn is de vaste volgorde van de items, gerelateerd aan het ontwikkelingsniveau. Met andere woorden: de items nemen in moeilijkheidsgraad toe. Wanneer de leerling het gedrag van een bepaald item (niveau) laat zien, betekent dat automatisch dat het gedrag van de voorgaande items (niveaus) ook beheerst wordt. Om die reden kunt u bij het invullen slechts één bolletje per peilpunt aanduiden.

Achter de naam van het onderdeel staat tussen haakjes dat het om een leerlijn gaat. U kunt het echter ook zien aan het scoreraster. De vakken van één peilpunt vormen één kolom in dezelfde kleur en er wordt gewerkt met zogenaamde radio buttons (computertaal voor “slechts één keuze mogelijk).

Doelenset

Bij een doelenset is er sprake van op zichzelf staande doelen, die vanwege het gemeenschappelijke onderwerp in dezelfde set geplaatst zijn. De doelen worden los van elkaar gescoord. De doelen in een doelenset kennen overigens ook vaak een bepaalde opbouw, bijvoorbeeld op basis van moeilijkheid of volgorde in aanbod. Beheersing van het ene item zegt echter niet noodzakelijk iets over beheersing van de items die hieraan voorafgaan, wat bij de niveaus van een leerlijn per definitie wel het geval is. 

Achter de naam van het onderdeel staat tussen haakjes dat het om een doelenset gaat. U kunt het echter ook zien aan het scoreraster. De vakken van één peilpunt wisselen elkaar in kleur af en er wordt gewerkt met zogenaamde checkboxes (computertaal voor “meerdere keuzes mogelijk).

Normeringsvlakken

Om een achterstand in de ontwikkeling te kunnen signaleren, dient vooraf duidelijk te zijn op welk moment een doel of vaardigheid beheerst zou moeten zijn. Deze normering is aangebracht bij het opstellen van het Pravoo-model in de vorm van zogenaamde normeringsvlakken. Hieronder lichten we de betekenis van deze vlakken bij doelensets en leerlijnen alvast kort toe. Uitgebreidere informatie van scores vindt u op de pagina over het interpreteren van de scores op de volglijst.

Doelenset

Zoals bekend bestaat een doelenset uit op zichzelf staande doelen. Deze worden dus ook los van elkaar genormeerd. U kijkt per peilpunt dus maar naar één vak. Is dit vak grijs? Dan zou het doel op dit moment (al) bereikt moeten zijn. Wanneer dit niet het geval is, is er sprake van een ontwikkelingsachterstand. Dit resulteert in een signalering.

Leerlijn

Leerlijnen bestaan uit verschillende niveaus van één doelstelling. U kijkt per peilpunt dan ook naar de gehele kolom. Het grijze vlak geeft informatie over het niveau waarop de leerling moet zitten. Staat het grijze vlak bij niveau 1? Dan moet de leerling op dit peilpunt op niveau 2 of hoger zitten. Als dat niet het geval is en u zet het bolletje bij niveau één, resulteert dit in een signalering.